3KoksVoedselbank2De Voedselbank in de voormalige Heilige Hart kerk in de Haagse Schilderswijk verstrekt elke week 168 pakketten. Maar er is ook soep en koffie en voor velen is het een belangrijke ontmoetingsplaats waar plek is voor verschillende culturen.

‘Je moet een beetje geluk hebben welk voedselpakket je krijgt want elk krat is anders samengesteld’, zegt Herman Bhagwandin, de coördinator van de Voedselbank. Een rijzige man van Indiaas-Surinaamse afkomst met een prachtige bos wit haar en een oplettende blik. Ik zie in een krat  tomaten, uien, bieten, een struik witlof, appels, een fles Becel bakolie, een pakje aardappelschijfjes, koffiemelk, een blik groente, appelsap en pasta. In een ander krat zie ik o.a. mandarijnen, courgettes en paprika’s. ‘Ik zou dat krat liever hebben dan die met witlof, zegt Herman grijnzend’. ‘Niet alle groentes zijn favoriet, met witlof, spruiten en bloemkool weten de klanten van de voedselbank geen raad. Daarom worden er ook kookworkshops georganiseerd om te laten zien wat je met al die Hollandse groentes kunt maken’. De kratten worden elke week bij de centrale voedselbank op een lopende band gevuld en bij 16 voedsel-uitleenpunten (in de volksmond voedselbanken) in Den Haag afgeleverd.

Een ontmoetingsplek
Het is druk vandaag en het valt mij op dat er dit keer ook veel kinderen zijn vanwege de krokusvakantie. Als ik aan tafel schuif bij drie mannen en geniet van een kop erwtensoep, hoor ik dat voor hun ook het onderlinge contact belangrijk is. ‘Als je geen werk meer hebt, draai je in je eigen cirkeltje rond en zie je niemand meer. Alles kost geld en als je niet oppast, vereenzaam je’, zegt één van hen. Juist door die wekelijkse kop soep, spreek je nog eens iemand. Bovendien voel ik mij hier vrij en welkom. Vroeger was de voedselbank ergens anders en moest je buiten in de rij staan, dat was vernederend.
Hier wordt het hek van de vroegere kerk om 12.00 uur geopend. Herman zit achter de tafel bij de ingang en heet iedereen welkom. Bezoekers staan geregistreerd en hun inkomenssituatie wordt elke zes maanden gecontroleerd door een hulpverlenende instantie. Als je per maand niet meer dan € 180,= te besteden hebt aan eten, drinken en kleding ( voor elke extra volwassene € 50,= meer en voor elk kind € 60,= meer), kom je in aanmerking voor de Voedselbank. De controle is streng omdat er een wachtlijst is. Als je één euro meer overhoudt dan € 180,= kom je niet in aanmerking. Dat is voor veel mensen bijzonder zuur. Sommigen van hen komen daarom aan het eind van de middag langs om een niet-afgehaald pakket mee te mogen nemen. ‘Iedereen is welkom maar er zijn hier wel duidelijke regels. Als er bijvoorbeeld veel mensen in de gang blijven staan of hard praten, vraag ik ze vriendelijk om naar binnen te gaan en zachter te praten. Het kan voor andere bezoekers bedreigend overkomen en dat wil ik niet’, zegt Herman bijna verontschuldigend. Al meer dan vier jaar is hij de stille kracht achter deze Voedselbank samen met een groep zeer gemotiveerde vrijwilligers. Zijn drijfveer is het boek Bhagwat Geeta, waarin 700 verzen in het Sanskriet staan over de goede levenswijze. Hij is niet gelovig maar heeft wel een sterke levensovertuiging, waarin Wedas (kennis van hoe je moet leven), een rode draad in zijn leven is.
Zijn voorouders komen uit India en zijn ouders uit Suriname. Al die verzen zijn jarenlang, al ver voor Christus, mondeling overgedragen. Door zijn wijsheid en rust is hij voor veel bezoekers een vertrouwenspersoon. Ik hoor zoveel verhalen maar alles blijft bij mij, zelfs mijn vrouw val ik hier niet mee lastig.

Over het MOC in de Schilderswijk
In de afgelopen jaren is het aantal deelnemers aan de Voedselbank toegenomen, van 35 in 2007  naar 168 nu. Je ziet vooral een toename van jonge hoogopgeleide ZZP-ers die geen werk meer kunnen vinden. Daarmee verandert de samenstelling van de bezoekers. Deze groep wil zich graag  inzetten voor de Voedselbank of voor het MOC in ruil voor hun gratis pakket. Dat is ook één van de doelstellingen van het MOC dat bezoekers, vrijwilligers worden, aldus Marie-Anne van Erp, directeur van het MOC, met wie ik een uurtje later boven in haar kamer praat. Als ik weer beneden kom, zie ik in de keuken Esseline van der Bok en zuster Elvira Telik met verhitte hoofden in een grote pan soep roeren. Elke donderdag beginnen zij om 10.00 uur met koken, daarna eten zij samen met alle vrijwilligers en om 12.00 uur staan soep en koffie klaar voor de klanten.
Het is een feest om te doen en de sfeer is altijd goed, aldus Elvira.Het MOC vervult drie functies: educatie, ontmoeting en ondersteuning voor alle mensen (ongeacht geloof, kleur of leeftijd) die buiten de boot vallen en de weg naar het reguliere welzijnswerk een brug te ver vinden. Er komen Portugeestalige, Antilliaanse, Surinaamse, Afrikaanse, Turkse en Marokkaanse mensen. Het MOC bevordert de uitwisseling tussen al die verschillende groepen. Er zijn taal- en computerlessen, huiswerkbegeleiding, kookcursussen, sport en bewegingslessen, sociaal spreekuur en de Voedselbank. De kerk is ‘een plek van vertrouwen’ waar mensen steun en een luisterend oor kunnen krijgen.  Marianne van Erp (onbezoldigd directeur) en Bijan Oryan (in dienst van dr. Ariënsstichting als facilitair manager) draaien het MOC samen met 70 vrijwilligers.

Abonneer u nu op de nieuwsbrief over onze publicaties en programma’s