Terug naar hoofdinhoud

Weblog

12 oktober 2017

Hoe gaat het verder met de Binckhorst, een binnenstedelijk bedrijventerrein van 130 hectare  in Den Haag. I’M BINCK van urban curators Sabrina Lindemann en Bram Heijkers organiseerde begin oktober weer een I’M Binck-festival. Binnen het festival was een discussie over programma en toekomst van het gebied. De inzet is organische groei en transformatie met de combinatie van oude en nieuwe industrie met woningbouw en recreatie. Op de bijeenkomst kon je bijna voelen dat het gebied op een kantelpunt zit. Komt dat diverse stadsprogramma met maatschappelijke waarden er, of is de druk van de (woning)markt te groot?

Binckhorst1
Kernwaarden
Met belanghebbenden uit het gebied formuleerde I’M BINCK de kernwaarden van het gebied. Vijf worden er kort uitgewerkt: 1. Authentiek, ambachtelijk werk-woongebied; 2. Rauwe, spannende rafelrand(en) in de stad; 3. Grote diversiteit, leidend tot ontmoeting en innovatie; 4. Dynamische experimenteerruimte, altijd in beweging; 5. De verrassende Haagse waterkant. Hier na te lezen.
De kwaliteiten en mogelijkheden van het gebied komen daarin helder naar voren. Maar daar ging de bijeenkomst niet over. Iedereen  onderschrijft die kernwaarden. Kan je ze ook realiseren? Jaren gebeurde er weinig in de Binckhorst vanwege de financiële crisis, alleen de leegstand groeide. Daar komt verandering in. Er is investeringskracht en ook Den Haag voelt de druk op de woningmarkt toenemen.

06 juli 2017


20170629 155840 MobileHull, havenstad in Noordoost Engeland, heeft een beroerde reputatie. Armoede en werkloosheid. Verval na het verdwijnen van de visserij. Sindsdien staat Hull bekend als een stad waar je niet moet zijn. Op alle ‘foute’ lijstjes staat Hull bovenaan. Die cijfers kloppen vast wel, maar er is meer dan statistiek.

Na vijf dagen Hull ga je van de stad houden. De bewoners zijn toegankelijk, direct en enorm behulpzaam. En je ‘proeft’ de dynamiek; er wordt geïnvesteerd en overal zijn nieuwe initiatieven. Dit jaar is Hull UK City of Culture en dat wordt in de hele stad gevierd.

Atelierruimte gezocht / Simon Franke - Trancity

30 mei 2017

Ateliers29 mei j.l. was ik gast op de bijeenkomst Permanent Atelierruimte gezocht: naar een duurzaam atelierbeleid, georganiseerd door Kunstenbond, Platform BK en Pakhuis de Zwijger. Hieronder de tekst van mijn statement, dat start met de erkenning van Richard Florida dat er iets mis is gegaan met zijn concept van de creatieve klasse. Voor kunstenaars dreigt in de stad geen plek meer te zijn.  Hoe kunnen zij zich verweren?

Florida's mea culpa
In 2002 startte de zegetocht van Richard Florida en zijn ‘rise of the creative class’. Alle westerse steden moesten concurrerend zijn in het faciliteren van de kennisindustrie, dat  bracht economische voorspoed. Gretig vormden bestuurders van gemeenten, corporaties en ontwikkelaars zijn boodschap om in beleid.
In april van dit jaar verscheen een nieuw boek van Florida: ‘The New Urban Crisis’. De boodschap is een stuk somberder dan 15 jaar geleden. Succesvolle steden worden geconfronteerd met de nare bijwerkingen van het medicijn van de creatieve klasse: gentrification, segregatie en ongelijkheid. Betaalbare huisvesting is er in grote delen van de stad niet meer; stadsdelen zijn óf rijk, óf arm en het verschil tussen die twee wordt steeds groter. ‘The winner-take-all urbanism’ noemt Florida dat nu. En zo zegt hij: “I found myself confronting the dark side of the urban revival I had once championed and celebrated.’ Meer over Florida en zijn boek is hier te vinden.

Kunstenaars kunnen zich organiseren
Mijn vrees is dat ook Nederlandse steden ontoegankelijk worden voor mensen zonder hoog inkomen of vermogen, dat de stad verschraalt en de diversiteit eruit verdwijnt. We laten toe dat economisch rendement het ruimtegebruik bepaalt en kijken veel te weinig naar de sociaal culturele opbrengst van ruimte.
Kunstenaars zijn in hun probleem om betaalbare huisvesting en atelierruimte te vinden niet uniek. Dat is jammer, maar ook de opstap naar de twee punten die ik wil inbrengen. De kern daarvan is dat kunstenaars zich moeten organiseren om er voor te zorgen dat ze een plek in de stad kunnen houden. Het huidig maatschappelijk klimaat gunt hen dat niet als vanzelf. Ook al ben je daar niet voor opgeleid en heb je er helemaal geen zin in, je zult aan de bak moeten. Initiatief nemen kan op twee manieren:

Florida en The New Urban Crisis / Simon Franke - Trancity

09 mei 2017

Florida2 Small De opkomst van de creatieve klasse leidde niet alleen tot het succes van vele grote steden, maar ook tot allerlei ongewenste neveneffecten, zoals gentrificatie, segregatie en ongelijkheid. Dat is de boodschap van het nieuwe boek The New Urban Crisis van Richard Florida. Betaalbare huisvesting is er niet meer; de middenklasse mag nog wel werken in de stad, maar kan er niet meer wonen; stadsdelen zijn óf rijk, óf arm en het verschil tussen die twee wordt steeds groter. ‘The winner-take-all urbanism’ noemt Florida dat. Hij beschrijft Amerikaanse steden (en af en toe London), maar de trend is zo langzamerhand ook voor ons in Nederland herkenbaar.

The dark side of urban revival
Natuurlijk kennen we Richard Florida vooral van zijn bestseller The Rise of the Creative Class uit 2002. Het aantrekken van de creatieve klasse en het inrichten van de stad voor die groep van kenniswerkers was de weg naar succes en economische voorspoed voor de stad. Florida presenteerde het niet alleen als een analyse van een bestaande ontwikkeling, maar vloog vervolgens de wereld rond om overal stadsbestuurders te inspireren om voluit te investeren in de creatieve klasse. Komt hij daar nu op terug? Een beetje. In het boek zijn een paar alinea’s te vinden waarin hij duidelijk zegt dat hij toen geen rekening heeft gehouden met de bijwerkingen van zijn medicijn: een onbetaalbare en voor twee derde van de bevolking ontoegankelijke stad. ‘I realized I had been overly optimistic to believe that cities and the creative class could, by themselves, bring forth a better and more inclusive kind of urbanism.’ En: ‘I found myself confronting the dark side of the urban revival I had once championed and celebrated.’

Wandelen in New York / Simon Franke - Trancity

12 maart 2017

New20YorkDrie stadsgeografen schreven een wandelgids voor New York. Hoe vind je de sporen van 400 jaar geschiedenis terug in de gebouwde omgeving. Wandelen door bekende en minder bekende buurten, met informatie over sociaal-ruimtelijke veranderingen, over gebouwen en publiek domein, die je in andere gidsen niet krijgt. Dat is natuurlijk smullen voor New York-gangers die in hun werk bezig zijn met stedelijke ontwikkeling.

Ruimtelijke ontwikkeling van New York
Deze gids wijkt af van de gebruikelijke reisgidsen. Bekende toeristische plekken worden niet gemeden, maar van een andere context voorzien. Er is aandacht voor onbekendere buurten en bezienswaardigheden. Maar vooral onderscheidt deze gids zich omdat duidelijk wordt gemaakt hoe bevolkingsgroei en sociaaleconomische veranderingen doorwerkten in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. De heldere inleiding beschrijft onder andere de wisselende balans tussen overheidsingrijpen en private ontwikkeling. Bekende regelgeving als Air Rights, BID (Business Improvement District), POPS ( Privately Owned Public Spaces), FAR (Floor Area Ratio) wordt nog eens uitgelegd en de auteurs laten zien hoe dat een stempel heeft gedrukt op de stad. In de 17 wandelingen (en 1 fietstocht) koppelen zij hun inzicht aan concrete buurten, gebouwen en plekken.

Gentrification
En natuurlijk laten ze zien hoe gentrification de ontwikkeling van de stad heeft aangejaagd. Soms ten goede omdat buurten er door werden gerenoveerd, maar soms ook met de bekende negatieve effecten zoals uitsluiting van eerdere bewonersgroepen. En soms dreigt een aanstekelijk verhaal aan zijn eigen succes ten onder te gaan, zoals de Highline, die wordt overspoeld door toeristen met weer een effect op de nabijgelegen woningen en voorzieningen. (Voor geïnteresseerden: zie hier een ambivalente terugblik op de Highline door de initiators.)

Boek
Wandelen in New York
werd geschreven door Irina van Aalst, Rianne van Melik en Jan van Weesep. De gids is deze week (half maart) verschenen bij de vrienden/collega’s van Odyssee. Digitaal en in print te bestellen via deze link.

Bijeenkomst
Op 22 maart 2017 is in Pakhuis De Zwijger een presentatie van de gids. Meer informatie en reserveren op de site van het Pakhuis.

Aanwezig zonder narcisme – De architectuur van Marlies Rohmer / Simon Franke - Trancity

11 januari 2017

Architect Marlies Rohmer maakte (samen met Hilde de Haan en Jolanda Keesom) een opmerkelijk boek. What happened to my buildings doet verslag van een rondtoer van de architect, die jaren na de oplevering haar eigen gebouwen bezoekt en praat met bewoners, gebruikers en opdrachtgevers. Soms zijn mensen tevreden, soms niet en regelmatig blijkt dat verwachtingen van de architect of opdrachtgever gewoon niet uitkomen. En bewoners ervaren praktische problemen. Dat levert leerzame en hilarische momenten op. ‘Als je naar buiten gaat terwijl het regent, is het net of je een emmer water in nek krijgt‘, zegt een bewoner in Almere.

WhatHappenedToMyBuildings pag 70 71 spreads 37Geen geïsoleerde iconen
Ik ben al jaren gecharmeerd van de architectuur van Marlies Rohmer. Haar gebouwen zijn verregaand gedetailleerd en dat maakt haar architectuur buitengewoon expressief. Zeer aanwezige gebouwen. Maar in tegenstelling tot sommige collega’s maakt ze geen iconen van haar gebouwen. Het zijn nooit ‘meesterwerken’ zonder relatie met hun omgeving. Zulke geïsoleerde iconen halen hun omgeving naar beneden, zoals een narcist doet met de mensen om hem heen. Gebouwen van Rohmer maken de omgeving juist sterker en optimistischer. Ze is niet uit op effectbejag, hoezeer haar gebouwen ook opvallen door de aandacht die de architect besteed heeft aan optimale kwaliteit.
Goed voorbeeld van dat ‘optimisme’ is wat mij betreft De Matrix, een MFA (multifunctionele accomodatie) in Hardenberg.

Hoe gezond is de naoorlogse stad? / Wouter Veldhuis - MUST Stedebouw

13 december 2016

pag 52 CustomOp 12 december 2016 sprak Wouter Veldhuis van MUST Stedebouw in Pakhuis De Zwijger onderstaande column uit in een programma over de ontwikkelingen in Amsterdam Nieuw-West. Het programma was georganiseerd door Nul20, het platform voor woonbeleid in de regio Amsterdam www.nul20.nl De aanleiding was de nieuwe publicatie Nieuw-West: parkstad of stadswijk waarvan hij een van de auteurs is en de prijsvraag Who cares?, die binnenkort wordt georganiseerd door de Rijksbouwmeester.

De Rijksbouwmeester windt er geen doekjes om bij de lancering van zijn ontwerpprijsvraag voor de vernieuwing van de naoorlogse stad: wijken die na de oorlog zijn gebouwd zijn niet goed voor de volksgezondheid! De cijfers spreken boekdelen. De wijken die wij de afgelopen zestig jaar hebben gebouwd werken eenzaamheid in de hand. De gezonde levensverwachting is er aanzienlijk lager en het percentage mensen met obesitas is aanzienlijk hoger. Moet je nagaan wat er gebeurt als de maatschappij ook nog eens vergrijst? Een zeer ingrijpende verbouwing lijkt het enige medicijn. Zachte heelmeester maken immers stinkende wonden.Op het moment dat maatschappelijke veranderingen aangegrepen worden om grootschalig in te grijpen in de gebouwde omgeving krijg ik argwaan. De stad is traag en leent zich moeilijk voor snelle aanpassingen aan de eisen van de nieuwe tijd. Sociale structuren zijn kwetsbaar en zeer gevoelig voor ondoordachte ingrepen. De Rijksbouwmeester zoekt met deze ontwerpprijsvraag naar inspirerende antwoorden, maar bij mij borrelen vooral veel vragen op.

Jane Jacobs: koken zonder recept / Simon Franke - Trancity

30 maart 2016

Omslag.Jacobs CustomZeven jaar geleden presenteerden we op een bijeenkomst in Rotterdam de vertaling van ‘Death and Life of great American Cities’. ‘Dood en leven van grote Amerikaanse steden’ is een aanval op de vakwereld van stedenbouw en stadsbestuur. In de essaybundel ‘De levende stad’, toen ook gepresenteerd, onderzochten we de actuele betekenis van Jane Jacobs. De vraag, ook in deze column, is of de vakwereld iets geleerd heeft van Jacobs en haar eerste en meest spraakmakende boek uit 1961.

Mijn buurt
Bij die introductie vertelde ik over mijn eigen gedrag in mijn eigen buurt. Zo had en heb ik de gewoonte om elke morgen, liefst op pantoffels, mijn ochtendkrant te kopen bij Linda. Linda franchised in de Cigo-formule.  Niet alleen kranten, ook sigaretten, tijdschriften, loterijen, ov-oplaadpunt en snoep zitten in haar assortiment en daarbij is ze ook postagentschap en dus kom ik ook ’s middags vaak nog een keer met mijn pakjes. Ze zit diagonaal aan de andere kant van mijn blok. Linda zit op een kruispunt van de Zijlstraat, de centrale stadsstraat in mijn Haarlemse wijk. Daar zit ook de groenteman, de bakker en voor mij als klusser ook heel belangrijk de HUBO. Een stadsstraat met op nauwelijks honderd meter een diversiteit aan woningen, winkels en andere bedrijfsruimten. We hebben korte blokken en die kan je belopen met verschillende routes. Ik wil maar zeggen, mijn buurtje is behoorlijk Jane Jacobs. Alleen de stoepen, waar zij zoveel waarde aan hechtte, zijn gesneuveld, daar staan aan weerszijden auto’s op.

Verheffen en vernederen / Simon Franke - Trancity

22 maart 2016

Asterdorp CustomOnlangs verscheen Asterdorp – Een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering, geschreven door Stephan Steinmetz. Een zeer aan te raden boek, prima geschreven en een mooi onderwerp: de bouw van het Asterdorp in Amsterdam-Noord in de jaren twintig van de vorige eeuw, bedoeld voor de ‘ontoelaatbaren’. Dat wil zeggen, zij die niet werden toegelaten tot een gewone huurwoning zoals die in die tijd volop nieuw werden gebouwd in Amsterdam. Een geschiedenis van bijna een eeuw geleden, maar met actuele parallellen.

Zat je in de schulden of was er twijfel of je sociaal gezien wel voldoende was aangepast, dan kon je een woning krijgen in een  speciaal voor jouw groep gebouwd complex van woningen. Woningen met een muur erom heen en alleen een deur naar de binnenzijde van het terrein. Er was maar één uitgang en die liep langs de woning van de opzichteres. Het leek in opzet veel op de woonscholen die later her en der in ons land ontstonden. Bedoeld ter verheffing dus.
Maar vernedering staat niet voor niets ook in de ondertitel. Bewoners werden gezien als ‘objecten’ waaraan gesleuteld kon worden om hen tot goede oppassende burgers te maken. En woonde je in het Asterdorp dan kreeg je wel een stigma mee; op de arbeidsmarkt, de kinderen op school. En, zo suggereert de auteur, het bestaan van het dorp was ook een waarschuwing voor de anderen. Alleen al daarom vond men het bestaan gerechtvaardigd.

Schrijf u in voor de maandelijkse 

digitale nieuwsbrief van Trancity.